| Het eerste gesprek |
| Marokkaans Trouwma | |
| Geschreven door Abdelhakim Chouaati | |
|
Iedere Marokkaanse jongen zal er ooit aan moeten geloven. De dag komt dat hij met (al dan niet) gespeelde schaamte het huis van zijn toekomstige schoonouders binnenschuifelt. Als teken der schroomvalligheid zal zijn doorgaans hautaine blik strak op de grond gericht zijn, want schroom is een langer leven beschoren dan loslippigheid*. Vertwijfeld zal hij in het nauwe gangpad blijven staan, hinkend van het ene been op het andere, niet wetende wat met zijn Redskin-jas te doen. Zijn vader zal hem dan te hulp schieten: hij die zijn eigen roemloze huwelijksaanzoek nog als de dag van gisteren kan herinneren. De dag dat hij met berberdons op de bovenlip, en kroeshaar waar we Uwe Majesteit tegen zeggen, het erf van de plattelandse doe-het-zelf-woning van zijn schoonouders betrad. Dat waren echter andere tijden, en toen golden andere zeden: deze keer is er geen sprake van een autarkische hoeve, maar van een aftandse flat Driehoog Achter, gelegen in een verpauperde arbeiderswijk vol van asbestsnuivers.
Bovendien is het bij de eerste-generatie-Marokkaan zaak niet al te islamitisch over te komen. Dat is een teken van (te) weinig geld op zak. Hij moet de impressie geven van een vermogend man: met een gestreken pantolon die tot over de hakken valt, een telefoon die de mogelijkheden heeft van een halve desktop, en - last but not least - er moet iets rinkelen bij iedere stap die hij zet. Hij zou de bedrijfssleutels van de Appie in zijn zakken kunnen doen… of zou zijn schoonvader het geluid van rinkelende munten van het gerinkel van sleutels kunnen onderscheiden? Vandaag was het dan eindelijk zover. Op tafel stond een kitscherige schaal met koekjes. Het waren harde Marokkaanse koekjes: koekjes met kokossnippers, koekjes met amandelvulling en koekjes in de vorm van een driehoek, gemaakt van bladerdeeg en hazelnoot. Een glas dampende muntthee wachtte op hem. Om zijn hand niet te verbranden pakte hij, héél voorzichtig, het glas met twee vingers op. Hij nam zo sierlijk mogelijk een slokje. Mierzoet. Hij legde het glas weer op de salontafel. Zijn ogen dwaalden naar de schaal met koekjes. Mo’s maag begon te knorren. Oef, hij had moeten ontbijten! Maar van de zenuwen kon hij geen hap door zijn keel krijgen. Zal hij een koekje pakken? Ééntje dan, en dan hele kleine hapjes nemen om er zo lang mogelijk mee te doen. Als hij gaat graaien komt hij gulzig over. Dat mag niet, want een koekjesmonster-imago past niet bij een geslaagde Marokkaan. Maar hoe elitair ben je als je in de avonduren vrachtwagens uitlaadt voor de Albert Heijn? Mohammeds vader was inmiddels aan de Marokkaanse beleefheidsritus begonnen. De groenteprijzen in Nador, alsmede het uitblijven van de regen in de landbouwstreken - Marokko zou toch niet vervloekt zijn? - en de urbanisatie van plattelandse gelukzoekers passeerden de revue. De thee koelde gaandeweg het gesprek af, en kleurde - zoals de zon aan het einde van haar hemelreis - okergeel. De hamvraag kon niet lang meer op zich laten wachten. ‘Hoe denkt uw zoon mijn dochter te kunnen onderhouden?’ De oudste telg had de avond daarvoor zijn vader op het hart gedrukt zo wollig mogelijk te spreken. Totaal overbodig naar het bleek, want als het gaat om onderhandelen hoef je Marokkaanse vaders niets te vertellen. Zij kunnen iemand verkopen en leveren waar hij bij staat. ‘Welnu, mijn zoon heeft zich opgewerkt in de detailhandel (lees: hij laadt en lost pallets supermarktproducten bij de plaatselijke Appie), doet veel aan rekenwerk (lees: valt sporadisch in achter de kassa, bij epidemieën van het kaliber de Spaanse Griep en het Ebola-virus), zijn werk belt hem vaak op omdat hij onmisbaar is (Mo, waar blijf je, dit is als de zesde keer dat je te laat bent, je weet toch dat je op de maandagochtend ingepland staat?!), en hij denkt erover om een eigen Werving & Selectie Bureau te beginnen’ (lees: hij wil vijf krantenwijken nemen en die voor de helft van het geld door tienjarige jongetjes laten bezorgen. De andere helft strijkt hijzelf op). Mootje knikte ter bevestiging heftig met zijn hoofd. Van de gevoerde conversatie begreep hij echter geen snars: het gesprek werd in het Hoog-Arabisch gevoerd, een taal die hij niet machtig is. Belangrijker voor hem was dan ook de queeste welk koekje te nemen. Zal hij de hazelnootdriehoek pakken, of toch een kokoskoekje? Mo zat in dubio. Kokos is wel lekker, maar de snippers blijven tussen de tanden zitten. Dan maar hazelnoot! Zijn hand reikte naar de schaal. Mo verlegde zijn gewicht op de sedari die aanvoelde als een zitbank in de Bijlmerbajes. Gekraak viel hem ten dele. Met rappe vingers pakte Mootje het hazelnootkoekje. Vol overgave begon hij eraan te knabbelen. Zijn rug voelde klam aan van het zweet. Na het verorberen van deze versnapering hield Mohammed zich (om aan een mogelijk kruisverhoor te kunnen ontsnappen) zo stil als een muis. Tevergeefs, want de oude Maghrebijn had hem door. ‘Spreek jij ook Tamazight?’ vroeg hij hem plotsklaps. Mohammed verschoot van kleur. Hij voelde hoe zijn tong zich in een driedubbele knoop wrong. Hakkelend en stamelend beantwoordde hij zijn vraag, om slechts te bevestigen wat algemeen bekend is: derde-generatie-Berbers is niet om aan te horen. Deze generatie doorspekt haar taalgebruik met Nederlandse, Engelse en Franse leenwoorden, waarbij tot overmaat van ramp van een Nederlandse zinsstructuur gebruik gemaakt wordt. Om maar niet te spreken over het gehussel met mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden! De tranen liepen over de wangen van zijn schoonvader. Mohammeds vader zweeg, met het schaamrood op de kaken. Arme Mohammed! Zijn Berbers leek wel Bargoens! De trotse Adelaar van Carthago was neergestort, hij wist van schaamte niet waar hij kijken moest! Terwijl zijn vader haastig een vervolgafspraak maakte, verwerkte Mohammed zijn eerste echte trauma: een Marokkaans Trouwma. Abdelhakim Chouaati * uitspraak van journalist, schrijver en columnist K. Van Zomeren
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Hits: 6317 Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
|
| "De Profeet( s.a.a.w.s.) heeft gezegd: "Wie ook maar liefheeft en verafschuwt voor Allah, geeft of weigert te geven vanwege Hem, heeft de top van het geloof bereikt." (Aboe Daawoed) |