Print deze pagina

Waarom Suu Kyi anti-moslimgeweld niet veroordeelt

De massale klopjachten zijn voorbij, maar de islamitische minderheid van Burma blijft mikpunt van geweld. Sommigen vragen zich af waarom de geroemde oppositieleider Aung San Suu Kyi zich op de vlakte houdt.

Het lot van de zogeheten Rohingya's is al decennia droef, maar in mei 2012 sloeg de vlam echt in de pan. Boeddhistische groeperingen zouden sindsdien zeker 140 duizend Rohingya's uit hun woonplaats hebben verdreven. Vluchtelingenkampen puilen uit.

Volgens de BBC en andere media vallen gevluchte moslims soms ten prooi aan mensenhandelaren. Zeker 200 Rohingya's zouden zijn overleden. De VN beschouwen de Rohingya al lange tijd als een van de meest gediscrimineerde minderheidsgroeperingen ter wereld. Human Rights Watch noemde de onlusten in april al een etnische zuivering.

Geweld, maar de overheid zwijgt
Vorige week was het volgens een Rohingya-belangengroep opnieuw raak. Op maandag kostte een geweldseruptie in het dorpje Du Char Yar Tan naar verluidt minstens acht mensen het leven. Lokale autoriteiten ontkenden echter dat er iets was gebeurd en Burma's rijksoverheid zei dat ze niets over onlusten gehoord had.

Volgens critici is die houding een belangrijk onderdeel van het probleem: de overheid zou wegkijken en de groepen extremistische boeddhisten geen strobreed in de weg leggen. Ook de Verenigde Naties zijn kritisch. 'De onderliggende discriminatie jegens moslims - en voornamelijk Rohingya - wordt niet aangepakt', stelde VN-gezant Tomas Ojea Quintana in oktober. Toch zouden er genoeg aanklachten zijn. Ook federale veiligheidstroepen hebben het geweld aangekaart.

Rohinga's zijn politiek niet interessant
De terughoudendheid heeft waarschijnlijk te maken met de maatschappelijke status van de Rohinya. Veel Burmezen beschouwen hen als illegale immigranten uit Bangladesh die de samenleving willen ontwrichten.

Bovendien kan de overheid het anti-moslimgeweld missen als kiespijn. De regering van premier Thein Sein voerde de afgelopen jaren radicale politieke hervormingen door. Bij zijn strijd voor meer democratie en minder politieke isolatie had hij de steun van de boeddhistische meerderheid hard nodig.

Hetzelfde geldt voor Aung San Suu Kyi. De oppositieleidster leefde door toedoen van de junta 15 jaar onder huisarrest en groeide de afgelopen jaren uit tot een icoon van de vrijheid. Critici storen zich aan haar stilzwijgen over het lot van de Rohingya's.

'Ze is wel erg stil voor een Nobelprijswinnares'
In oktober stelde ze in een interview dat claims over etnische zuivering niet klopten en merkte ze op dat boeddhisten wel degelijk iets van moslims te vrezen hebben. In Burma leeft volgens Suu Kyi 'de opvatting dat de macht van moslims wereldwijd erg groot is'. Belangengroepen vinden die sussende houding misplaatst. De vrouw die in 1991 de Nobelprijs voor de Vrede won, zou zich volgens hen meer moeten bekommeren om het lot van de verdrukten.

Haar terughoudendheid heeft alles te maken met politiek. Suu Kyi wil volgend jaar deelnemen aan de de presidentsverkiezingen en kan het zich dus niet permitteren om gevoelige onderwerpen aan te snijden.

Bovendien behoort ze tot de boeddhistische elite van het land. 'Vergeet niet dat ik ben begonnen als leider van een politieke partij', zei ze vorige maand tijdens een persconferentie in Rangoon. 'Het idee dat ik een icoon ben, komt van andere mensen.'

Volgens sommige analisten is pragmatisme Suu Kyi's enige keuze. Als ze in de aanloop naar de verkiezingen in 2015 niet genoeg draagvlak krijgt, kan ze haar politieke idealen niet uitvoeren. 'Ze moet zoeken naar de balans', stelde de Franse ambassadeur in Burma Thierry Mathou onlangs in de Washington Post. 'Ze moet streven naar nationale verzoening. Ze kan het onmogelijk iedereen naar de zin maken.'


Bron: Robin de Wever / Trouw

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 6595 keer
Beoordeel dit item
(0 stemmen)
Gepubliceerd in Overig
Log in om reacties te plaatsen