Breaking News

Portret van een gastarbeider

  • dinsdag, apr 30 2002
  • Geschreven door  Saliha Bochhah
Zijn vertrek, herinnert hij zich als de dag van gisteren. Zoals de meeste gastarbeiders wilde de heer Bochhah zijn brood elders verdienen. "In die tijd was er in Marokko weinig werk. Destijds werkte ik in de visserij, maar door de onzekere visvangst, was ik niet altijd van een inkomen verzekerd. In Europa wilde ik hard werken om voor mijn gezin een toekomst op te bouwen en vervolgens weer terug te keren".
Zijn vertrek, herinnert hij zich als de dag van gisteren. Zoals de meeste gastarbeiders wilde de heer Bochhah zijn brood elders verdienen. "In die tijd was er in Marokko weinig werk. Destijds werkte ik in de visserij, maar door de onzekere visvangst, was ik niet altijd van een inkomen verzekerd. In Europa wilde ik hard werken om voor mijn gezin een toekomst op te bouwen en vervolgens weer terug te keren".

In 1964 sloot Nederland voor het eerst een formele overeenkomst met diverse landen over de komt van de 'gastarbeiders'. Deze benaming werd toen gehanteerd, want zij waren hier te gast en ooit van plan om naar het land van herkomst terug te keren. In 1969 kreeg het werfakkoord voor het eerst gestalte. Bij de wervingen werden keuringen uitgevoerd, waarbij voornamelijk gelet werd op de fysieke toestand en de arbeidskwaliteiten van de geselecteerde jonge mannen. Eén van deze jonge mannen was Achmed Bochhah. De heer Bochhah is in 1965 naar Nederland gekomen, hij was toen 25 jaar.

Na de tweede wereldoorlog werd de wederopbouw van Nederland deels door gastarbeid verwezenlijkt. Ondernemers wilden vooral goedkope, laaggeschoolde hardwerkende krachten. Onder deze groep vielen onder andere jonge Marokkaanse mannen, het merendeel afkomstig uit kleine dorpen in het noorden van Marokko. In Nederland aangekomen werden de meeste gastarbeiders in grote pensionen gehuisvest met één ruimte voor meerdere mannen. De aparte huisvesting heeft er onder meer toe geleid dat deze generatie tegenwoordig nog steeds in een eigen wereldje leeft. Omdat het leren van het Nederlands geen prioriteit werd gegeven, wordt nu nog de eigen taal gesproken.

De gemiddelde Nederlander wist destijds niets af van Marokkanen of Turken, alhoewel Nederland jaren lang diplomatieke onderhandelingen onderhield met deze landen. De gastarbeiders waren ware Bezienswaardigheden. Zij waren anders, zagen er anders uit en daarom interessant, althans buiten de fabriek. Want binnen de fabriek moest hard gewerkt worden en was je zoals ieder ander kapitaal voor het land.

Als arbeidskrachten waren deze gastarbeiders broodnodig voor de Nederlandse samenleving, als medeburgers werden zij minder met open armen ontvangen. In de jaren '60 werden zij gastarbeiders genoemd. Rond 1980 werden het 'buitenlandse werknemers', in de jaren '90 kregen zij de naam 1e generatie Marokkanen en tegenwoordig neemt men niet eens de moeite om deze vergeten groep te identificeren. Wie zijn deze gastarbeiders eigenlijk?
"Ondanks het barre klimaat en een hele andere cultuur, beviel Nederland me goed", vertelt de heer Bochhah in gebroken maar duidelijke taal. "De mensen bij wie ik terechtkwam waren heel gastvrij en behulpzaam. Ik moest wel veel denken aan de mensen die ik achter had gelaten. Om dit gemis enigszins te verzachten, ging ik eens per jaar tijdens de zomervakantie mijn gezin in Marokko opzoeken. Ik voelde me goed in Nederland, maar het was niet mijn thuis. Volledig terugkeren was niet makkelijk en blijven evenmin. Ik heb besloten om in Nederland te blijven, omdat ik mijn kinderen een goede toekomst wilde bieden omdat ik me hier geaccepteerd voelde".

Pas in de jaren '80 heeft de heer Bochhah zijn gezin naar Nederland laten overkomen. "Ik heb 20 jaar gescheiden geleefd van mijn gezin, mijn kinderen zagen mij alleen in de vakantie. Voor hen was ik een vreemde man geworden, die eens in het jaar cadeautjes meenam". Voordat de heer Bochhah zijn kinderen naar Nederland liet overkomen, bedacht hij zich goed dat het voor de kinderen moeilijk zou zijn om de westerse cultuur te verenigen met de Marokkaanse islamitische cultuur. "Mijn kinderen waren nog jong, toen ze naar Nederland kwamen. De basis, hun moedertaal, hadden zij goed onder de knie. Daarom konden zij de Nederlandse taal snel machtig worden. Ik heb het leren van de Nederlandse taal minder prioriteit gegeven, ik concentreerde me meer op hard werken". De heer Bochhah heeft in bijna alle fabrieken in Nederland gewerkt; plasticfabriek, ijzerfabriek, autobandenfabriek, zuivelfabriek en noem maar op. "Het zijn er te veel om op te noemen. De lonen waren laag, dus elke keer als zich een baan voordeed waar ik iets meer kon verdienen, al waren het twee kwartjes, wisselde ik van werkgever. Uiteindelijk heb ik bijna 20 jaar als schoonmaker in een ziekenhuis gewerkt. Mijn vrouw was huisvrouw en leefde net als ik voor de kinderen. Bij nader inzien hebben wij daar nooit spijt van gehad. Onze kinderen zijn goed terechtgekomen en kunnen zich uitstekend redden".

Het doel van de heer Bochhah, was zijn kinderen een goede toekomst bieden. Hierin is hij geslaagd. Echter, nooit heeft hij zich gerealiseerd dat hij een waardevolle bijdrage heeft geleverd om Nederland te laten worden wat het nu is. Hij zegt het jammer te vinden dat weinig mensen dit inzien en ook erkennen. Hij zucht even en zegt "maar ach, ik weet toch wat ik heb betekend voor de Nederlandse samenleving. Ik kwam, zag en bleef en niet te vergeten ik overwon. Mijn kinderen hebben het goed en daarmee is mijn doel bereikt".

Saliha

Maghreb-Online Team

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 10601 keer
Beoordeel dit item
(0 stemmen)
Gepubliceerd in Chahrazad vertelt...
Log in om reacties te plaatsen

Galerij

 
Als het leven geleefd is... Is de dood nabij

We hebben 252 gasten en geen leden online

In Beeld