Breaking News

De Weg van de Christen

  • dinsdag, mei 17 2005
  • Geschreven door  Salman
'En wanneer een man bij een manspersoon ligt zoals men bij een vrouw ligt, hebben beiden iets verfoeilijks gedaan. Zij dienen zonder mankeren ter dood gebracht te worden. Hun bloed is op hen.' Leviticus 20:13
Homoseksualiteit

'En wanneer een man bij een manspersoon ligt zoals men bij een vrouw ligt, hebben beiden iets verfoeilijks gedaan. Zij dienen zonder mankeren ter dood gebracht te worden. Hun bloed is op hen.' Leviticus 20:13

'En gij moogt niet bij een manspersoon liggen zoals gij bij een vrouw ligt. Het is iets verfoeilijks.' Leviticus 18:22

'Voordat zij zich konden neerleggen, omsingelden de mannen van de stad, de mannen van Sodom, het huis, van knaap tot grijsaard, het hele volk in één samenscholing. En zij riepen onophoudelijk tot Lot en zeiden tot hem: "Waar zijn de mannen die vanavond bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten bij ons, opdat wij gemeenschap met hen kunnen hebben. Ten slotte ging Lot naar buiten naar hen toe, tot aan de ingang, maar hij sloot de deur achter zich. Toen zei hij: "Alstublieft, mijn broeders, handelt niet slecht.' Genesis 19: 4 -7

'en hij de steden Sodom en Gomorra, door ze in de as te leggen heeft veroordeeld, waardoor hij ze voor goddeloze tot een voorbeeld gesteld heeft van komende dingen; en hij de rechtvaardige Lot heeft bevrijd, die zwaar gekweld werd door het losbandig gedrag van de mensen die de wet trotseerden - want die rechtvaardige man heeft door wat hij zag en hoorde toen hij onder hen woonde, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gefolterd wegens hun wetteloze daden…maar onrechtvaardigen te bewaren voor de dag van het oordeel om afgesneden te worden…maar deze [mensen] zullen, net als redeloze dieren, die van nature geboren zijn om gevangen en vernietigd te worden, in de dingen waarvan zij onwetend zijn en schimpend spreken, in hun eigen [loopbaan van] vernietiging ook de vernietiging ondergaan…Zij beschouwen een weelderig leven overdag als een lust. Vlekken en smetten zijn zij, die zich met onbeperkt genot aan hun bedrieglijke leringen overgeven…' 2 Petrus 2: 6-13

'Daarom heeft God hen, in overeenstemming met de begeerte van hun hart, aan onreinheid overgegeven, opdat zij onderling hun lichamen onteren, ja zij die de waarheid van God hebben verruild voor de leugen en de schepping hebben vereerd en er heilige dienst voor hebben verricht in plaats van dit te doen jegens Degene die schiep, die gezegend is in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke (Dit is de vertaling van de Griekse term 'atimia' wat ook oneer betekent (www.foreignword.com)) seksuele begeerten , want ook hun vrouwen hebben het natuurlijke gebruik van zichzelf verruild voor een tegennatuurlijk gebruik en evenzo hebben ook de mannen het natuurlijke gebruik van de vrouw laten varen en zijn zeer verhit geworden in hun wellust jegens elkaar, mannen met mannen, ontucht plegend en in zichzelf de volledige vergelding ontvangend die hun voor hun dwaling toekwam. En evenals zij het verwerpelijke hebben geacht aan een nauwkeurige kennis van God vast te houden, heeft God hen aan een verwerpelijke geestestoestand overgegeven om de dingen te doen die niet betamen…dat zij die zulke dingen beoefenen, de dood verdienen, blijven zij ze niet alleen doen, maar stemmen zij ook nog in met hen die ze beoefenen.' Romeinen 1: 24 -32

'Nu weten wij dat de Wet voortreffelijk is, mits men haar op wettelijke wijze hanteert, in de wetenschap van het feit dat de wet niet voor een rechtvaardig mens wordt afgekondigd maar voor wettenlozen en weerspannigen, goddelozen en zondaars, voor hen die liefderijke goedheid missen en voor bespotters van al wat heilig is, voor vadermoorders en moedermoorders, doodslagers, hoereerders, mannen die bij personen van het mannelijke geslacht liggen, ontvoerders van personen…en al wat verder in strijd is met de gezonde leer…' 1 Timótheüs 1:8 -10

'Zo zijn ook Sodom en Gomorra en de omliggende steden, nadat ze op de zelfde wijze als de voornoemden buitensporig hoererij hadden bedreven en vlees waren achternagegaan voor tegennatuurlijk gebruik, [ons] tot [waarschuwend] voorbeeld gesteld doordat ze de gerechtelijke straf van eeuwig vuur ondergaan.' Judas 7

'Maakt U door geen van deze dingen (onder anderen het onderwerp van Leviticus 18:22) onrein, want door al deze dingen hebben de natiën die ik van voor uw aangezicht wegzend, zich onrein gemaakt' Leviticus 18:24

'Ingeval iemand een van al deze verfoeilijkheden (onder anderen het onderwerp van Leviticus 18:22) doet, dan moeten de zielen die ze doen, uit het midden van hun volk worden afgesneden.' Leviticus 18:29

'Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven.' 1 Korinthiërs 6: 9-10

'Er zal geen hoer zijn onder de dochteren van Israel; en er zal geen schandjongen zijn onder de zonen van Israel. Gij zult geen hoerenloon noch hondenprijs in het huis des HEEREN, uws Gods, brengen, tot enige gelofte; want ook die beiden zijn den HEERE, uw God, een gruwel.' Deuteronomium 23:17-18

'Maar weet dit, dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, [zullen] aanmatigend [zijn], hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, zonder natuurlijke genegenheid, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen [van trots], met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God…en keer u af van dezen. Want uit hun midden staan de mannen op die zich op sluwe wijze huisgezinnen indringen en zwakke vrouwen als hun gevangenen wegvoeren die beladen zijn met zonden en door velerlei begeerten gedreven worden, die altijd leren en toch nooit tot een nauwkeurige kennis van de waarheid kunnen komen…zo blijven zij de waarheid weerstaan, mensen die volkomen verdorven van geest zijn, afgekeurd wat het geloof betreft…Maar goddeloze mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger voortgaan, terwijl zij misleiden en worden misleid.' 2 Timótheüs 3: 1-13

Vrouwen

'Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere; Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams. Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.' Efeziërs 5:22-24

'Een prostituée of onteerde vrouw dienen zij niet te nemen; en een vrouw die van haar man gescheiden is, dienen zij niet te nemen, want hij is heilig voor zijn God.' Leviticus 21: 7

'Wij hebben een kleine zuster die geen borsten heeft. Wat zullen wij voor onze zuster doen op de dag dat zij zal worden gevraagd? Indien zij een muur is zullen wij zilveren kantelen op haar bouwen; maar indien zij een deur is, zullen wij haar afsluiten met een cederen plank. Ik ben een muur, en mijn borsten zijn als torens. In dit geval ben ik in zijn ogen geworden als zij die vrede vindt.' Hooglied 8: 8-10

'Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt; ja, zij zijn maagden. Deze zijn het die het Lam blijven volgen waarheen hij ook gaat.' Openbaring 14:4

'Een vrouw lere in stilheid, met volledige onderdanigheid. Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen of autoriteit over een man te oefenen, maar zij moet in stilheid zijn. Want Adam werd het eerst gevormd, daarna Eva. Ook werd Adam niet bedrogen, maar de vrouw werd grondig bedrogen en geraakte in overtreding.' 1 Timótheüs 2:11-14

'Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.' 1 Korinthiërs 14:34

'Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben, zo zal zij zeven dagen onrein zijn; volgens de dagen der afzondering harer krankheid zal zij onrein zijn…Maar indien zij een meisje gebaard zal hebben, zo zal zij twee weken onrein zijn, volgens haar afzondering; daarna zal zij zes en zestig dagen blijven in het bloed harer reiniging.' Leviticus 12:2-5

'Ingeval mannen met elkaar vechten, en de vrouw van de een erbij gekomen is om haar man te bevrijdenuit de hand van degenedie hem slaat, en zij haar hand heeft uitgestoken en hem bij zijn schaamdelen heeft vastgegrepen, dan moet gij haar hand amputeren. Uw oog mag geen leed voelen.' Deuteronomium 25:11-12

'En hij (Salomo) had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven; en zijn vrouwen neigden zijn hart.' 1 Koningen 11:3

'En Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en zestig bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren.' 2 Kronieken 11:21

'Want alzo versierden zichzelven eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren haar eigen mannen onderdanig;' 1 Petrus 3-5

'Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.' Genesis 3:16

'Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet uitgaan, gelijk de knechten uitgaan.' Exodus 21:7

'En ingeval een vrouw een vloeiing (menstruatie) heeft, en haar vloeiing in haar vlees bloed blijkt te zijn, dient zij zeven dagen in haar menstruale onreinheid te blijven, en een ieder die haar aanraakt, zal tot de avond onrein zijn. En alles waarop zij in haar menstruale onreinheid mocht gaan liggen, zal onrein zijn, en alles waarop zij mocht gaan zitten, zal onrein zijn. En een ieder die haar bed aanraakt, dient zijn kleren te wassen, en hij moet zich in water baden en tot de avond onrein zijn.' Leviticus 15: 19-21

'Als nu de dochter van enigen priester zal beginnen te hoereren, zij ontheiligt haar vader; met vuur zal zij verbrand worden.' Leviticus 21:9

'Ingeval een man een vrouw neemt en hij werkelijk betrekking met haar heeft en haar is gaan haten, en hij haar van ruchtmakende daden heeft beschuldigd en een slechte naam over haar heeft gebracht en heeft gezegd: "Dit is de vrouw die ik heb genomen, en ik ben vervolgens tot haar genaderd en ik heb geen bewijs van maagdelijkheid aan haar gevonden", dan moeten de vader van het meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje nemen en dat naar de oudere mannen van de stad bij de stadspoort brengen; en de vader van het meisje moet tot de oudere mannen zeggen: 'Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven en hij is haar gaan haten. En zie, nu beschuldigt hij haar van geruchtmakende daden, door te zeggen: "Ik heb bevonden dat uw dochter geen bewijs van maagdelijkheid heeft." Welnu, hier is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter.' En zij moet de mantel voor de oudere mannen van de stad uitspreiden. En de oudere mannen van die stad moeten de man nemen en hem streng onderrichten. En zij moeten hem een geldboete opleggen van honderd zilveren sikkelen en die aan de vader van het meisje geven,…Indien deze zaak echter waar is gebleken [en] het bewijs van maagdelijk niet aan het meisje werd gevonden, dan moeten zij het meisje naar de ingang van het huis van haar vader brengen, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen werpen, en zij moet sterven…' Deuteronomium 22: 13-21

'Ingeval een man een vrouw neemt en haar werkelijk als echtgenote tot zijn bezit maakt, dan moet het geschieden dat indien zij geen gunst in zijn ogen zou vinden, omdat hij iets onwelvoeglijks van haar zijde heeft ontdekt, hij in dat geval voor haar een echtscheidingscertificaat moet uitschrijven en haar dat ter hand moet stellen en haar uit zijn huis moet wegzenden.' Deuteronomium 24:1

'Wanneer een man een jonge dochter zal gevonden hebben, die een maagd is, dewelke niet ondertrouwd is, en haar zal gegrepen en bij haar gelegen hebben, en zij gevonden zullen zijn; Zo zal de man, die bij haar gelegen heeft, den vader van de jonge dochter vijftig zilverlingen geven, en zij zal hem ter vrouwe zijn, omdat hij haar vernederd heeft; hij zal ze niet mogen laten gaan al zijn dagen.' Deuteronomium 22: 28-29

'en de geest van jaloezie over hem is gekomen, en hij achterdochtig is geworden ten aanzien van de trouw van zijn vrouw, en zij zich werkelijk heeft verontreinigd, of de geest van jaloezie over hem is gekomen, en hij achterdochtig is geworden ten aanzien van de trouw van zijn vrouw, maar zij zich in werkelijkheid niet heeft verontreinigd, dan moet de man zijn vrouw naar de priester brengen en samen met haar offergave brengen, een tiende efa gerstemeel. Hij mag er geen olie op gieten en er ook geen geurige hars op leggen, want het is een graanoffer der jaloezie, een graanoffer ter gedachtenis, dat dwaling in herinnering brengt. En de priester moet haar naar voren doen komen en haar voor het aangezicht van Jehovah plaatsen. En de priester moet heilig water in een aardewerken vat nemen, en de priester zal wat van het stof nemen dat zich op de vloer van de tabernakel bevindt, en hij moet dat in het water doen. En de priester moet de vrouw voor het aangezicht van Jehovah plaatsen en het hoofdhaar van de vrouw losmaken en het graanoffer ter, gedachtenis, dat wil zeggen het graanoffer der jaloezie, op haar handpalmen leggen, en in de hand van de priester dient het bittere water te zijn, dat een vloek brengt. En de priester moet haar laten zweren, en hij moet tot de vrouw zeggen: "Indien geen man bij u heeft gelegen en indien gij, terwijl gij onder uw echtgenoot [stond], niet zijt afgeweken tot enige onreinheid, wees dan vrij van de uitwerking van dit bittere water, dat een vloek brengt. Maar gij-ingeval gij zijt afgeweken, terwijl gij onder uw echtgenoot [stond], en ingeval gij u hebt verontreinigd en de een of andere man zijn zaaduitstorting in u heeft gebracht, afgezien van uw echtgenoot-" Nu moet de priester de vrouw laten zweren met een eed waarbij vervloeking betrokken is, en de priester moet tot de vrouw zeggen: "Moge Jehovah u tot een vervloeking en een eed stellen te midden van uw volk, doordat Jehovah uw dij laat invallen en uw buik laat zwellen. En dit water, dat een vloek brengt moet in uw ingewanden komen om uw buik te doen zwellen en uw dij te doen invallen." Hierop moet de vrouw zeggen: "Amen! Amen!" En de priester moet deze vervloekingen in het boek schrijven en ze in het bittere water uitwissen. En hij moet de vrouw het bittere water, dat een vloek brengt laten drinken, en het water, dat een vloek brengt, moet in haar komen als iets bitters…Wanneer hij haar het water heeft laten drinken, dan moet het geschieden dat indien zij zich heeft verontreinigd doordat zij een daad van ontrouw jegens haar echtgenoot heeft begaan, het water, dat een vloek brengt, dan in haar moet komen als iets bitters, en haar buik moet zwellen en haar dij moet invallen, en de vrouw moet een vervloeking worden in het midden van haar volk. Indien de vrouw zich echter niet heeft verontreinigd maar zij rein is, dan moet zij vrij zijn van een dergelijke straf; en zij moet zwanger worden gemaakt met zaad. Dit is de wet aangaande jaloezie, wanneer een vrouw mocht afwijken, terwijl zij onder haar echtgenoot [staat], en zij zich werkelijk verontreinigt, of in het geval van een man wanneer de geest der jaloezie over hem mocht komen en hij zijn vrouw werkelijk van ontrouw verdenkt…en de priester moet heel deze wet op haar toepassen.' Numeri 5: 14-30

'…en ik ontdekte:Bitterder dan de dood [vond ik] de vrouw die zelf vangnetten is en wier hart sleepnetten is [en] wier handen boeien zijn.Men is goed voor het aangezicht van de [ware] God indien men aan haar ontkomt, maar men zondigt indien men door haar wordt gevangen.' Prediker 7:26

Relatie ouders - kinderen

'Ingeval een man een zoon blijkt te hebben die onhandelbaar en weerspannig is, die niet naar de stem van zijn vader of de stem van zijn moeder luistert, en zij hem hebben gecorrigeerd maar hij niet naar hen wil luisteren, dan moeten zijn vader en zijn moeder hem grijpen en hem naar de oudere mannen van zijn stad en naar de poort van zijn plaats brengen, en zij moeten tot de oudere mannen van zijn stad zeggen: "Deze zoon van ons is onhandelbaar en weerspannig; hij luistert niet naar onze stem, hij is een veelvraat en een dronkaard." Dan moeten alle mannen van zijn stad hem met stenen stenigen, en hij moet sterven.' Deuteronomium 21:18-21

Hoofddoekje

'Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke.' 1 Korinthiërs 11:6

Lijfstraffen

'En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal. Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.' Deuteronomium 25:2-3

Slavernij

'Dit nu zijn de rechten, die gij hun zult voorstellen. Als gij een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet. Indien hij met zijn lijf ingekomen zal zijn, zo zal hij met zijn lijf uitgaan; indien hij een getrouwd man was, zo zal zijn vrouw met hem uitgaan. Indien hem zijn heer een vrouw gegeven, en zij hem zonen of dochteren gebaard zal hebben, zo zal de vrouw en haar kinderen haars heren zijn, en hij zal met zijn lijf uitgaan. Maar indien de knecht ronduit zeggen zal: Ik heb mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet vrij uitgaan; Zo zal hem zijn heer tot de goden brengen, daarna zal hij hem aan de deur, of aan den post brengen; en zijn heer zal hem met een priem zijn oor doorboren, en hij zal hem eeuwiglijk dienen.' Exodus 21:1-6

'En ingeval een man zijn slaaf of zijn slavin met een stok slaat en hij of zij werkelijk onder zijn hand sterft, dient deze zonder mankeren gewroken te worden. Maar indien hij nog een dag of twee in leven blijft, dient hij niet gewroken te worden, want hij is zijn geld.' Exodus 21:20-21

Dierenrechten

'En wanneer een os een man of een vrouw stoot, dat hij sterft, zal de os zekerlijk gestenigd worden, en zijn vlees zal niet gegeten worden; maar de heer van den os zal onschuldig zijn.' Exodus 21:28

De heilige oorlog en de ongelovigen

'Van de goden der volken, die rondom u zijn, nabij u, of verre van u, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; Zo zult gij hem niet ter wille zijn, en naar hem niet horen; ook zal uw oog hem niet verschonen, en gij zult u niet ontfermen, noch hem verbergen; Maar gij zult hem zekerlijk doodslaan; uw hand zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden, en daarna de hand des gansen volks.' Deuteronomium 13:7-9

'want, hoewel zij God kenden, hebben zij hem niet als God verheerlijkt, noch hebben zij hem gedankt, maar zij zijn leeghoofdig geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart werd verduisterd. Hoewel zij beweerden wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke God veranderd in iets wat gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens en van vogels en van viervoetige en kruipende dieren…dat zij die zulke dingen beoefenen, de dood verdienen…' Romeinen 1:21-32

'Ingeval gij een stad nadert om ertegen te strijden, dan moet gij haar vredesvoorwaarden aankondigen. En het moet geschieden dat indien ze u een vredelievend antwoord geeft en zich voor u geopend heeft, ja, het moet geschieden dat de gehele bevolking die zich daarin bevindt, van u dient te worden voor [het verrichten van] dwangarbeid, en zij moeten u dienen. Maar indien ze geen vrede met u sluit, en ze werkelijk oorlog met u voert en gij haar moet belegeren, dan zal Jehovah, uw God, haar stellig in uw hand geven, en gij moet iedere manspersoon daarin met de scherpte van het zwaard slaan. Alleen de vrouwen en de kleine kinderen en de huisdieren en alles wat zich in de stad mocht bevinden, haar gehele buit,zult gij voor uzelf plunderen; en gij moet de buit eten van uw vijanden, die Jehovah, uw God, u gegeven heeft. Zo zult gij doen met alle steden die zeer ver van u verwijderd zijn [en] die niet tot de steden van deze natiën behoren. Alleen de steden van déze volken die Jehovah, uw God, u tot erfdeel geeft, moogt gij niets wat adem heeft in leven laten, want gij dient hen zonder mankeren aan de vernietiging prijs te geven…Ingeval gij gedurende vele dagen een stad belegert door ertegen te strijden om ze in te nemen, moogt gij haar bomen niet vernielen door er een bijl tegen te zwaaien; want gij dient ervan te eten…Alleen een boom waarvan gij weet dat het geen boom voor voedsel is, die dient gij te vernielen, en gij moet hem omhakken en belegeringswerktuigen bouwen tegen de stad die oorlog met u voert, totdat ze valt' Deuteronomium 20: 10-20

'En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan…' Daniël 2:44

'Zij dan voerden oorlog tegen Midian, juist zoals Jehovah Mozes geboden had, en zij gingen ertoe over allen die van het mannelijk geslacht waren, te doden…Maar de zonen van Israel voerden de vrouwen van Midian en hun kleinen gevankelijk weg; en al hun huisdieren en al hun vee en al hun middelen voor levensonderhoud plunderden zij. En al hun steden waarin zij zich gevestigd hadden, en al hun ommuurde kampementen verbrandden zij met vuur. Voorts namen zij heel de buit en al de roof aan mensen en huisdieren mee. Zij dan brachten de gevangenen en de roof en de buit naar Mozes en de priester Eleazar en naar de vergadering der zonen van Israel, naar de legerplaats, naar de woestijnvlakten van Moab, die aan de Jordaan bij Jericho liggen….Daarom zei Mozes tot hen: "Hebt gij iedere vrouwelijke persoon in leven gelaten? Ziet! Zij zijn het juist die, door het woord van Bileam, ertoe hebben gediend de zonen van Israel tot het plegen van ontrouw tegen Jehovah te bewegen in de zaak van Peor…Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kleinen, en doodt iedere vrouw die gemeenschap met een man heeft gehad door bij een persoon van het mannelijk geslacht te liggen. En laat alle kleinen onder de vrouwen, die de daad van het liggen bij een persoon van het mannelijk geslacht niet hebben gekend, voor u in leven…En gij moet de roof in tweeën verdelen tussen de deelnemers aan de strijd die te velde zijn uitgetrokken, en alle overige van de vergadering.' Numeri 30:7-27

'Na verloop van elke zeven jaar dient gij een kwijtschelding te doen. En de kwijtschelding zal op deze wijze geschieden: er zal van de zijde van iedere schuldeiser een kwijtschelding zijn van de schuld die hij zijn naaste mocht laten maken. Hij dient bij zijn naaste of zijn broeder niet op betaling aan te dringen, omdat men een kwijtschelding voor Jehovah moet afkondigen. Bij de buitenlander moogt gij op betaling aandringen; maar wat van het uwe bij uw broeder mocht blijken te zijn, late uw hand schieten.' Deuteronomium 15: 1-3

'Gij moogt uw broeder geen rente laten betalen, rente van geld, rente van voedsel, rente van iets waarvoor men rente kan vragen. Een buitenlander moogt gij rente laten betalen, maar uw broeder moogt gij geen rente laten betalen…' Deuteronomium 23:19-20

'En de vreemden zullen uw muren bouwen, en hun koningen zullen u dienen; want in Mijn verbolgenheid heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd. En uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden; opdat men tot u inbrenge het heir der heidenen, en hun koningen tot u geleid worden. Want het volk en het koninkrijk, welke u niet zullen dienen, die zullen vergaan; en die volken zullen gans verwoest worden…. Ook zullen, zich buigende, tot u komen de kinderen dergenen, die u onderdrukt hebben, en allen, die u gelasterd hebben zullen zich nederbuigen aan de planten uwer voeten; en zij zullen u noemen de stad des HEEREN, het Sion van den Heilige Israels.' Jesaja 60:10-14

'En gij zult de melk der heidenen zuigen, en gij zult de borsten der koningen zuigen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, uw Heiland, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.' Jesaja 60:16

'En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.' Jesaja 61: 5-6

Salman

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 10198 keer
Beoordeel dit item
(0 stemmen)
Gepubliceerd in Columns
Log in om reacties te plaatsen

Galerij

 
Als het leven geleefd is... Is de dood nabij

We hebben 557 gasten en geen leden online

In Beeld