Print deze pagina

Ik mis je ...

Het is nu bijna vijf jaar geleden dat mijn vader is overleden. Ik herinner me nog alles. Het lijden, zijn sterfbed, zijn laatste adem, zijn begrafenis, maar ook het moment dat de arts het doodvonnis uitsprak. Dat was op een vrijdagmiddag. Mijn vader had aan het begin van dat jaar vage klachten in zijn onderbuik. Na diverse onderzoeken hadden ze een gezwel gevonden en werd de diagnose gesteld: een uitzaaiing waarvan de primaire tumor onbekend was.

Hij was ongeneeslijk ziek. De primaire tumor was onbekend waardoor er geen enkele kans op genezing was. Hij zou sterven. Mijn vader zou er over een tijdje niet meer zijn. Mijn moeder zou weduwe worden en wij, zijn kinderen, wezen.

Ik was erbij toen we dit slechte nieuws te horen kregen. Dat moment, de blik in mijn vaders ogen, zijn lichaamstaal... dat vergeet ik nooit en wil ik ook nooit vergeten. Mijn tranen bleven vloeien. Onderweg naar huis zei mijn vader nog tegen me: ‘Laten we niks tegen je moeder zeggen.’ Hij wilde haar niet verdrietig zien. Hij wilde haar niet zien huilen, maar zulk slecht nieuws kan je natuurlijk niet verborgen houden. Toen wij thuis aankwamen, stond mijn moeder daar in de deuropening op ons te wachten. Ze zag meteen aan onze gezichten wat er aan de hand was.

Ik hoopte dat het maar een nare droom was. Als ik wakker zou worden de volgende dag, hoopte ik tegen mezelf te kunnen zeggen: ‘het was maar een nare droom.’ Maar dat was het niet. En dat realiseerde ik me ook de volgende ochtend; het was de werkelijkheid. Dat besef vond ik nog erger, nog pijnlijker, dan het horen van het slechte nieuws de dag daarvoor.

Na die dag volgden een zo’n acht maanden. Het waren aan de ene kant hele moeilijke tijden, want mijn vader zou sterven. Hij leed veel en had veel pijn. Maar aan de andere kant waren het ook hele mooie tijden. Ik was zijn woordvoerder bij instellingen en mijn moeder zijn verzorgster. Wij waren intensief betrokken bij zijn ziekte en zo ben ik ben getuige geweest van hele mooie bijzondere momenten tussen hen. In dat jaar waren ze precies dertig jaar getrouwd. De blikken die ze met elkaar uitwisselden in die periode. Onbeschrijfelijk, maar dat was pure liefde tussen twee personen.

In die acht maanden, maakte ik persoonlijk drie fasen mee. In de eerste fase was ik vooral verdrietig. Ik huilde veel en kon mijn vader niet aankijken. De gedachte dat hij -die toen nog op dat moment levend voor me zat- erover een tijdje niet meer zou zijn. Dat was een pijnlijke gedachte. Maar mijn vader wilde nooit dat we in zijn bijzijn huilden. Hij zei een keer dat zijn hart elke keer stierf als hij ons zag huilen of dat we verdriet hadden.

Waar ik in die fase vaak aan moest denken was: hoe zou hij zich eigenlijk voelen? Dus het idee dat je gaat sterven. Het idee dat het voor je ophoudt in dit leven. Dat je niet meer zelf aan je weegschaal kan werken. Ik probeerde me in te leven in zo'n situatie, maar kon me gevoelsmatig daar nog niet zoveel bij voorstellen. In die tijd had ik heel veel gehad aan het geloof. Daarin heb ik troost kunnen vinden en het een plekje kunnen geven.

Na de verdrietfase kwam de optimistische fase. Als we in de reguliere geneeskunde de antwoorden niet kunnen vinden dan zoeken we het toch in de alternatieve hoek zoals de antroposofie of algemene kruidengeneeskunde. Terwijl mijn moeder en ik optimistisch werden, werd mijn vader, Allah i ra7mo, pessimistisch. Op dat moment konden wij dat moeilijk begrijpen, maar achteraf gezien had hij eigenlijk al zijn lot geaccepteerd en hadden wij juist moeite om dat lot te accepteren.

Na de optimistische fase, brak voor mij de acceptatiefase. De fase waarin ik een heel sterk gevoel kreeg dat het wel zo goed was allemaal. Niet lang daarna braken ook de dagen aan dat het echt zo ver was.

De kanker was uitgezaaid naar de lever en de nieren functioneerden niet meer. Die laatste dagen waren ook hele mooie dagen. Dat klinkt misschien raar, maar het was ook echt afscheid nemen. Op de dag dat hij naar het ziekenhuis werd gebracht, riep hij ons, zijn kinderen, een voor een voor bij zich. En iedereen kreeg zo een laatste persoonlijke boodschap mee. Twee dagen daarna stierf hij, Allah i ra7mo.

Hoe kijk ik terug op zijn dood? Het heeft mijn leven enorm veranderd. Je wordt een ander mens als je dood van zo dichtbij hebt meegemaakt en ook nog eens één van je ouders daarbij verliest. Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn zoals voorheen. Er gaat ook geen dag voorbij dat wij niet aan hem denken. We praten vaak over hem, over zijn humor, zijn grappen, zijn verhalen en zijn leven. Soms voelt het ook onwerkelijk aan alsof hij helemaal niet overleden is en elk moment binnen kan wandelen.

Mijn lieve vader, Allah i ra7mak mijn lieve vader die ons groot heeft gebracht. Insha Allah zullen wij ooit herenigd worden.

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 11299 keer
Beoordeel dit item
(5 stemmen)
Gepubliceerd in Verhalen
Log in om reacties te plaatsen