Print deze pagina

Wachten op maandag

Amsterdam 2030

Nors kijkt hij naar buiten. Het is een grauwe wereld daar. Het regent. Mensen haasten zich door de straat. De langsrijdende auto's doen water en slijkdruppels hoog opspatten. Af en toe passeert er iemand vlak voor zijn raam. De meesten negeren hem. Een enkeling kijkt hem aan. Die ziet een verbitterde oude man. Niet bepaald een prettige aanblik,dus kijkt die meteen weer weg.

Een wagen komt aan de overkant van de straat staan, op de strook van de bus. De chauffeur toetert, tuurt ingespannen naar de hogere verdieping van het huis waar die Turken wonen. Toetert weer. Na zes keer graait hij ten einde raad naar zijn GSM.

Jaren geleden al, had hij hier al voor gewaarschuwd. Wat ze zagen was niet het dieptepunt, het was nog maar het begin. Inburgering, het zou wat. Het zou alleen nog erger worden. Maar ze wilden niet luisteren, lachten zijn argumenten weg. En moet je nu kijken: de wereld voor zijn raam. Mensen zonder cultuur, zonder geschiedenis. Is dit nog Nederland? Zijn voorspellingen waren uitgekomen maar dat zouden ze natuurlijk nooit toegeven.

De antieke klok slaat elf keer. Hij kijkt links en rechts, niemand. Ondertussen malen zijn gedachten voort;boos, bitter. De tijd tikt ongenadig verder. Hij mompelt binnensmonds.

Een politieagent met een fluo oranje jasje spreekt de man aan die nog steeds in zijn wagen zit te wachten. Natuurlijk, hij mag niet op de busstrook staan. En dan nog schaamteloos toeteren op de koop toe. De man vindt niet dat hij iets verkeerds heeft gedaan. Hij wijst naar het huis van de buren en spreekt luid, gebaart, roept. Respectloos. Vroeger zou een agent dit niet gepikt hebben.

Al vier na elf. Waar blijft ze nu toch? De taal leren is één ding, maar sommige dingen leer je niet. Dat zit er van bij de geboorte in of het komt nooit. Neem nu op tijd komen. Dat is er helemaal uit. Jaren voor verwittigd, jaren voor bespot, maar huppakee nu is het zo ver: we zijn een soort Afrikaans land geworden. Maar o wee als je er iets over durft te zeggen. Nee, dan ben je niet correct genoeg ...'

Zes na elf. Hij schuifelt op zijn stoel. Hij hoort haar bromfiets. Ze rijdt de stoep op, stalt haar bromfiets. Hij negeert haar, ook als ze naar hem knikt terwijl ze de bromfiets op slot doet. Hij blijft strak voor zich uitkijken, boos zoals altijd. Amina komt binnen met haar sleutel. 'Hoi Mark', roept ze van ver. 'Sorry, dat ik zo laat ben. Er was een ongeval gebeurd verderop aan de gracht en ik kon niet door'. Ze zet haar helm af, doet de hoofddoek uit en gaat aan de slag. Ze werkte op twee fronten. Ze ruimt de keuken op, zet het eten voor deze middag en morgen klaar en al die tijd praat ze door. Ze heeft een speciale schrille stem. Ze vult het huis met hoge tonen. En zijn hoofd. Het is als zingen. Hij hoort maar de helft van wat ze zegt, maar dat heeft geen belang. Het is de melodie die telt. Ze zegt 'Yassin had een goed rapport. Met lezen is hij nog niet snel genoeg, maar rekenen was goed en voor gym was hij bij de besten zelfs. Ik ben erg trots op hem. Hamdou lillah. Ik heb geluk met die jongen.' Ondertussen maakt ze de kamers schoon, maakt zijn bed op, neemt het stof af. Ze is snel en efficiënt. Inge, de andere vrouw van de thuiszorg is even snel maar zwijgzaam. Je merkt het nauwelijks als ze er is. Amina zeilt van de ene kamer naar de andere als een windhoos. Ze vult het huis met leven. Ze zegt 'dus zei ze 'Mzian, zien we elkaar morgen weer dan? Tammam?' En hij 'weet ik niet, weet ik niet.' Hij lachte lief, maar toen was ze zelf ook niet zeker of hij het echt meende. De volgende dag ging ik met Saïda winkelen en toen zagen we hem met een ander meisje lopen ...'

Hij blijft strak naar buiten kijken. Nors, onbuigzaam. Ze poetst, ze dweilt en veegt de gang. En al die tijd praat ze maar door. Hij doet of hij haar negeert maar stiekem luistert hij toch. Het is onzin wat ze vertelt. Familietoestanden, roddels, eender wat. Hij is een ernstig man. Ze zegt. 'Ik doe altijd mijn hoofddoek af als ik binnen kom, maar Bouchra - mijn zus die ook in de thuiszorg zit - niet. Laatst kwam ze bij Lowietje, de eerste klant van die dag. Ze wil haar helm af zetten maar merkt dan dat ze haar hoofddoek vergeten is. Dus wat doet Bouchra dan? Ik zweer het, ik zou dit zelf niet durven, maar Bouchra! Die heeft daar meer dan een uur rondgelopen met haar helm op! Stel je voor, zeg! Zie je mij hier al met een helm door het huis lopen?'

Mark betrapt zich op een glimlach. Gauw trekt hij zijn gezicht weer in de plooi. Ze heeft het niet gezien. Hij negeert haar verder tot ze naar buiten gaat. Al die tijd blijft hij naar buiten kijken. Onbewogen, boos. Als ze weg rijdt, wuift hij niet terug. Hij kijkt op de klok: 11u.25. Ze was te laat, maar is op hetzelfde tijdstip weer vertrokken. Vijf minuten te weinig.  De volgende drie dagen zal Inge komen. Maar maandag komt Amina weer.

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 9910 keer
Beoordeel dit item
(2 stemmen)
Gepubliceerd in Verhalen
Log in om reacties te plaatsen